De instrumentendatabank biedt een digitaal toegankelijke selectie van instrumenten die in het forensisch psychiatrische veld worden of zijn gebruikt. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de instrumenten speciaal zijn ontwikkeld voor of gevalideerd binnen een forensische context. De databank beoogt een overzicht te bieden, zonder volledigheid te claimen of aanbevelingen te doen over de kwaliteit van de instrumenten. De databank bevat ook verouderde instrumenten en instrumenten waarvan de verkrijgbaarheid onbekend is en waarover weinig nadere informatie beschikbaar is. Het doel hiervan is om de terugvindbaarheid voor belangstellenden te vergroten.
Per instrument wordt het doel, de doelgroep, de materialen en de toepassing beschreven. Ook lees je waar het instrument beschikbaar is en of het is beoordeeld door de COTAN.
Er wordt doorlopend aan de databank gewerkt om de inhoudelijke informatie aan te vullen en de bruikbaarheid van de instrumentendatabank te optimaliseren. Voor vragen en/of opmerkingen over de instrumentendatabank kunt u contact opnemen met instrumentendatabank@efp.nl. Rechtsonder in de groene balk staat ook een link naar een enquête, waarmee je ons helpt de website te verbeteren.
Indien voorhanden, is bij instrumenten de link naar de COTAN-beoordeling opgenomen. De Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) is een centrale commissie van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) die als missie heeft om de kwaliteit van tests en testgebruik in Nederland te bevorderen. De kwaliteit van een instrument wordt aan de hand van zeven criteria (betrouwbaarheid, begripsvaliditeit, criteriumvaliditeit, normen, kwaliteit van de handleiding, kwaliteit van het testmateriaal en uitgangspunten van de testconstructie) bepaald en uitgedrukt in een eindoordeel "onvoldoende," "voldoende," of "goed".
Om de COTAN-beoordeling van een instrument te kunnen inzien, dien je in te loggen als COTAN-abonnee. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om individuele beoordelingen aan te schaffen zonder abonnement. Veel universiteitsbibliotheken bieden toegang tot COTAN-informatie aan studenten en medewerkers. Zie voor meer informatie over de COTAN: https://psynip.nl/cotan/.
| Naam | Categorie | Doel | |
|---|---|---|---|
| SCIL | — | De Screener voor intelligentie en lichte verstandelijke beperking (LVB; SCIL) is geschikt om snel te screenen op een mogelijke verstandelijke beperking. Het is een korte screeningslijst die in negen van de tien gevallen een verstandelijke beperking correct voorspelt. | |
| SCL-90 | Zelfrapportage | De Symptom Checklist-90 (SCL-90) is een zelfbeoordelingsschaal die lichamelijke en psychische klachten meet om te screenen op psychopathologie. | |
| SCS | Zelfrapportage | De Sexual Compulsivity Scale (SCS) meet seksuele compulsiviteit. | |
| SDAS | Afname | De Social Dysfunction and Aggression Scale (SDAS) meet de mate van agressiviteit van patiënten. | |
| SDRS | Risico- en beschermende factoren | De Short Dynamic Risk Scale (SDRS) meet het risico op gewelddadig gedrag; het is een incidenten-voorspeller. | |
| SEO-R | Afname | De Experimentele Schaal voor Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking-Revised (SEO-R) brengt de emotionele ontwikkeling bij personen met een verstandelijke beperking (zoals LVB) in kaart. | |
| SIDP-IV | Afname en Persoonlijkheid | De Structured Interview for DSM-IV Personality (SIDP-IV) is een semi-gestructureerd interview dat is bijgewerkt voor DSM-IV en dat gebruikmaakt van niet-pejoratieve vragen om gedrag en persoonlijkheidskenmerken vanuit het perspectief van de patiënt te onderzoeken. | |
| SIG | Zelfrapportage | De Schaal voor Interpersoonlijk Gedrag (SIG) lijkt erg op de Inventarisatielijst Omgaan met Anderen. Met de SIG kan bij volwassenen inzicht worden verkregen in de mate van angst die sociale situaties oproepen en de mate waarin men zich in dergelijke situaties begeeft. | |
| SMI | Zelfrapportage | De Schema Modi Inventory brengt schemamodi in kaart. De modi zijn onderdeel van het schemamodel van Young en refereren aan verschillende cognitieve, emotionele en gedragstoestandsbeelden waarin een persoon zich bevindt. | |
| SOAS-R | Afname | De Staff Observation Aggression Scale Revised is een agressieregistratie-instrument die de aard, ernst en frequentie van incidenten in kaart brengt. Het meet verbaal, fysiek en destructief agressief gedrag bij patiënten in een intramurale setting. | |
| SON 6-40 | — | De Snijders-Oomen Niet-Verbale Intelligentietest 6-40 is een intelligentietest . De SON 6-40 is eind september 2011 beschikbaar gekomen en vervangt de SON-R 5½-17. | |
| SONAR | Risico- en beschermende factoren | De Sex Offender Need Assessment Rating (SONAR) is het eerste actuariële dynamische instrument, ontwikkeld in Canada. De SONAR biedt een gestructureerde aanpak voor het evalueren van veranderingen bij zedendelinquenten. | |
| SORAG | Risico- en beschermende factoren | De Sex Offender Risk Appraisal Guide (SORAG) ontwikkeld in de VS, is een gewijzigde vorm van de Violence Risk Appraisal Guide (VRAG), een veel gebruikt actuarieel, statisch risicotaxatie-instrument voor geweldsrecidive. | |
| SORM | Afname en Risico- en beschermende factoren | De Structured Outcome assessment and community Risk Monitoring (SORM) is ontwikkeld voor gebruik bij gestructureerde effectevaluatie en risicomonitoring. | |
| SRM-AV | Zelfrapportage | De aangepaste Versie van het Sociomorele Reflectie Meetinstrument (SRM-AV) is bedoeld voor het meten van morele rijpheid. | |
| SRP-4 | Persoonlijkheid en Zelfrapportage | De SRP-4 meet psychopathische trekken. | |
| SRS | Zelfrapportage | De Session Rating Scale (SRS) meet hoe een cliënt het behandelcontact ervaart. | |
| SRZ-P | Afname | De Sociale Redzaamheidschaal voor Zwakzinnigen-Plus (SPRZ-P) meet de sociale redzaamheid bij verstandelijk gehandicapten met een matige verstandelijke handicap tot en met licht zwakbegaafd niveau. | |
| SSA | Risico- en beschermende factoren | De Static/Stable/Acute (SSA) is een combinatie van statische en dynamische instrumenten voor het inschatten van het risico van toekomstig seksueel en gewelddadig delictgedrag bij zedendelinquenten. De SSA combinatie kan gebruikt worden om beslissingen te nemen omtrent behandeltoewijzing, verloven of het bepalen van intensiteit van toezicht en begeleiding bij terugkeer in de samenleving. Daarnaast is de SSA combinatie van waarde bij het bepalen van behandeldoelen en het evalueren van vooruitgang in de behandeling. | |
| SSPI | — | De Screening Scale for Pedophilic Interests (SSPI) is een met de RRASOR vergelijkbaar instrument, dat aan de hand van vier slachtofferkenmerken probeert aan te geven of er sprake is van een afwijkende seksuele interesse in kinderen. | |
| STABLE | Risico- en beschermende factoren | De STABLE-2007 geeft behandelaren handvatten voor het opstellen van een behandelplan voor plegers van zedendelicten. Met de STABLE-2007 brengt u de dynamische risicofactoren van plegers in beeld. Door in te zetten op de dynamische risicofactoren, kan de recidivekans worden verkleind. De instrumenten STABLE en ACUTE worden vaak samen gebruikt en zijn ontwikkeld om als aanvulling te dienen bij de STATIC-99/2002 (zie ook SSA). | |
| START | Risico- en beschermende factoren | De Short-Term Assessment of Risk and Treatability (START) is een instrument dat wordt gebruikt in de forensische zorg en psychiatrie om het korte-termijn risico van een cliënt systematisch in te schatten. Het gaat daarbij niet alleen om risico’s, maar ook om beschermende factoren die iemand juist helpen stabiel te blijven. | |
| STATIC-99R/STATIC-2002(R) | Risico- en beschermende factoren | De STATIC‑99R/STATIC-2002(R) is een gestructureerd risicotaxatie-instrument gericht op het inschatten van het lange termijn recidiverisico. | |
| StiP-5.1 | — | Het Semi-gestructureerde Interview voor Persoonlijkheidsfunctioneren DSM-5 (StiP-5.1) is een instrument bedoeld om de ernst van persoonlijkheidsproblematiek in kaart te brengen. De STiP-5.1 werd ontwikkeld om de ernst van functioneren op elk van de 12 facetten afzonderlijk in te schatten. Het instrument is bedoeld om ingezet te worden in het kader van een intake of diagnostisch onderzoek, wanneer het de bedoeling is om een systematische inschatting te maken van de ernst van de persoonlijkheidspathologie. | |
| Stroop Kleur-Woord Test | Cognitie/Neuro | De Stroop Kleur-Woord Test geeft een maat voor interferentiegevoeligheid. Gekeken wordt of de cliënt een dominant, verbale respons kan onderdrukken. De test geeft hiernaast informatie over de selectieve aandacht en in hoeverre deze kan worden volgehouden. In de rapportage wordt de interferentiescore gebruikt om de aandacht te beschrijven. |